Van escalatieladder naar vrije val

“Daar zat ik een beetje op te wachten, of je dat ook zou zeggen. Ik vind gewoon dat ze moeten luisteren en er zijn gewoon grenzen.”
De teamleider is zichtbaar opgelucht dat ik in het gesprek eindelijk het woord ‘grenzen’ laat vallen. Ik realiseer mezelf dat niet alles wat ik daarvóor gezegd heb echt begrepen is.

Op de school waar ik te gast ben, staat begrenzing hoog in het vaandel. De nadruk op gezag is bijna voelbaar aanwezig. Een geactualiseerd escalatieprotocol (da’s ook niet overal het geval) ligt klaar om ingezet te worden.

Toch zijn er in meerdere groepen hardnekkige problemen met de orde. Een lijstje met ‘boosdoeners’ ligt al snel op tafel.

“Wil je ons helpen om de orde weer terug te krijgen in deze twee groepen?”

Jazeker … maar niet door er nog een laag gezag bovenop te leggen.

Het is verleidelijk is om bij onrust terug te grijpen op gezag. Grenzen. Afspraken. Consequenties. Het voelt logisch. Het voedt het gevoel dat je weer aan het stuur zit.

Wanneer de groepsdynamiek verstoord is, heeft het echter weinig zin om primair in te zetten op controle. Niet omdat grenzen onbelangrijk zijn, maar omdat ze zonder zicht op de context van het gedrag hun werking verliezen en de schade alleen maar groter maken. Leerlingen voelen feilloos aan of begrenzing voortkomt uit verbinding en begrip of uit machteloosheid. In het laatste geval triggert het gedrag dat we juist proberen te voorkomen.

Gedrag is zelden een bewuste aanval op het gezag. Alsof leerlingen zouden denken: jullie zeggen A, dus ik doe B. Het is meestal de uiting van een behoefte: aan veiligheid, aan voorspelbaarheid, aan gezien worden, aan hulp bij regulatie.

Gedrag is een signaal; een poging om iets duidelijk te maken waarvoor (nog, weer) geen woorden beschikbaar zijn.

Een escalatieladder zonder regulatieladder komt niet zelden uit bij een vrije val.

Daarom begint de weg terug niet bij strakker handhaven, maar bij begrijpen.

  • Begrijpen hoe het gedrag in de groep is ontstaan.
  • Begrijpen waarom leerlingen op bepaalde momenten moeite hebben met reguleren.
  • Begrijpen waarom leerkrachten vastlopen.
  • Begrijpen hoe de problematiek zich verhoudt tot de visie en aanpak van de school.

Door zicht op de context en reflectie ontstaat soms het ongemakkelijke besef ‘dat niet alles bij de leerlingen ligt’. Er ontstaat ruimte om anders te kijken; vaak ook om milder te kijken. Niet om gedrag goed te praten, maar om het begrijpelijk te maken.

De aanpak en grenzen die we vervolgens inzetten, bieden ruimte voor echte verandering.