Het spel niet meespelen

'Nou kerel, nu is het tussen jou en mij. En als je maar weet dat ik voor geen reet naar je ga luisteren!'

Ze zat pontificaal op de stoel van de juf en keek me met felle ogen aan. Klaar voor de strijd. De pauze was net begonnen en iedereen was inmiddels naar buiten, op ons tweeën na. Ik zat nog even mijn aantekeningen bij te werken toen ik werd aangesproken.

Ik moest een beetje glimlachen. Ik kijk na al die jaren in het onderwijs niet meer op van stevige uitspraken en heb leerlingen inmiddels al van alles horen zeggen, maar deze zat nog niet in mijn verzameling.

Een paar uur eerder had ze al geprobeerd een bal onder mijn voet vandaan te trekken die door de klas bleef zwerven en uiteindelijk onder mijn werktafel tot stilstand kwam. Ik gaf niet mee en daar baalde ze zichtbaar van.

Aan het einde van de morgen wilde ze iets afdwingen bij de leerkracht, maar kreeg ze haar zin niet. Daarop veegde ze de hele dagplanning van het bord. Alle kaartjes lagen verspreid over de vloer. De leerkracht maakte duidelijk dat ze pas naar buiten mocht als de planning weer op zijn plek hing. De leerkracht moest zelf pleinwacht lopen en ging de klas uit.

En nu zat de lady in kwestie tegenover mij, in de aanvalsmodus.

Dit gedrag was niet nieuw voor me. Bij kinderen met een geschiedenis van onveiligheid in de hechting zie je soms hoe snel contact kan veranderen in controle, hoe gemakkelijk een interactie een strijd wordt. De regie pakken, mensen tegen elkaar uitspelen, grenzen opzoeken en vooral testen: ben jij ook iemand met wie ik in conflict kan raken? Kiezen voor de confrontatie is dan de snelste manier om achter het antwoord te komen.

Precies daar zit de uitdaging voor de volwassene: niet meegaan in het spel dat het kind zo goed kent.

Ik liep rustig naar het bord en keek naar de losse kaartjes op de grond. 'Nou,' zei ik, 'ik zou het knap vinden als jij deze puzzel weer kunt oplossen. Ik zou echt niet meer precies weten wat er eerst kwam en wat daarna.'

Blijkbaar raakte ik daarmee een andere snaar. Ze kwam van de stoel af, ging op de grond zitten en begon de kaartjes te ordenen. De volgorde klopte uiteindelijk weer en ze hing de dagplanning opnieuw op het bord.

Geen strijd. Geen discussie. Geen machtsmeting.

Vaak zit de pedagogische winst niet in het stellen van nóg een grens, maar in het vinden van een andere ingang.

Dit soort gedrag vraagt nogal wat van je als leerkracht. Zeker als je nog niet goed begrijpt wat erachter schuilgaat. Dan ligt een machtsstrijd al snel op de loer. En daar moet je uit zien te blijven.

Het begrijpen van dit gedrag betekent niet dat je geen grenzen of eisen meer stelt, maar dat je leert kijken naar wat een kind nodig heeft en zoekt naar hoe je contact kunt houden, juist op de momenten dat het moeilijk wordt.

En gelukkig is dat te leren!

[Foto: Trophy Technology op Unsplash]

Over de schrijver
Geboren in 1973. Getrouwd met Colinda. Vader van vijf kinderen. Woonplaats Gouda. Christen. Begeleider en docent bij Kei in de klas. Hobby’s: muziek maken, het verzamelen van stenen en fossielen, outdoor-activiteiten met kinderen en tieners.
Reactie plaatsen