Handen op m'n rug?

Met de voeten in de klei, maar wel met de handen op de rug

Dat is mijn motto bij het begeleiden van groepsdynamiek op school.

Ik ben graag zo dicht mogelijk bij de realiteit in de klas. Meestal zit ik achter in het lokaal. Ik observeer, maak aantekeningen en bespreek achteraf wat ik zie. Het doel is niet dat ík de klas ga draaien, maar dat de leerkracht daar zelf meer grip op krijgt.

Dus blijven mijn handen spreekwoordelijk — en meestal ook letterlijk — op mijn rug.

Maar vandaag moest ik ze gebruiken. En snel ook.

Een klas waar ik op bezoek was, escaleerde in korte tijd volledig. De leerkracht kon er geen grip meer op krijgen en het lukte mij niet om via aanwijzingen het tij te keren. Leerlingen vlogen elkaar in de haren of stonden op tafels en stoelen naar elkaar te schelden. De volgende vechtpartij was in de maak. Complete chaos.

Op dat moment sprong ik ertussen. Ik stuurde leerlingen terug naar hun plek, met fysieke ondersteuning waar dat voor de veiligheid nodig was, en maakte heel duidelijk: vanwege de onveiligheid gaan we het nu zó doen.

Even later zat iedereen weer. De een scheldend op die vreemde kerel die zomaar het lef had om met z’n poten …; een ander snikkend om een zere knie die in de knel was gekomen door de snelle verplaatsing; anderen met de capuchon over de oren.

Langzaam kwam de groep tot rust.

De leerkracht wilde en kon al snel weer verder met de groep en het nagesprek moest nog even wachten. Daarmee bleef ook de vraag liggen hoe mijn interventie opgevat zou worden. Had ik hiermee mijn collega geholpen - of juist zijn positie verzwakt? En hoever ga je met fysiek ingrijpen … zeker op een school waar je te gast bent?

Maar veiligheid kent soms geen oefenfase. Een rijinstructeur grijpt ook in wanneer een leerling op een druk kruispunt blokkeert. Niet omdat hij geen vertrouwen heeft in die leerling, maar omdat hij een ongeluk wil voorkomen.

In een klas kan het net zo werken. De collega bleek het gelukkig precies zo te ervaren. Niet als diskwalificatie, maar als een tijdelijke reddingsboei.

Toen de leerlingen naar huis waren, konden we doen waar coaching uiteindelijk om draait: begrijpen wat er gebeurde, leren van het omslagpunt en plannen maken voor het handelen in een volgende situatie.

Coachen betekent voor mij niet dat je altijd aan de kant blijft staan. Het betekent dat je weet wanneer je aan de kant moet blijven, en wanneer je ertussen moet stappen.

De handen mogen van de rug als de veiligheid daarom vraagt. Maar zodra het weer kan, gaan ze er ook weer achter.

Over de schrijver
Geboren in 1973. Getrouwd met Colinda. Vader van vijf kinderen. Woonplaats Gouda. Christen. Begeleider en docent bij Kei in de klas. Hobby’s: muziek maken, het verzamelen van stenen en fossielen, outdoor-activiteiten met kinderen en tieners.
Reactie plaatsen