Tussen school en onderwijs

Deze week draaien alle scholen in ons land weer. De lokalen zijn ingericht, roosters liggen klaar, leerlijnen zijn uitgezet, materialen liggen klaar. De leerkrachten staan weer voor de klas.

Maar gaat het onderwijs ook beginnen?

We weten inmiddels veel over hoe kinderen leren. Voorkennis, instructie, motivatie, feedback en actieve verwerking doen ertoe. Leerlingen verschillen in onderwijsbehoeften.

Maar ergens tussen de onderwijswetenschap en de klasvloer lijkt er soms iets verloren te gaan. Op de plek waar het uiteindelijk moet gebeuren, zie ik nog te vaak dat curriculum en methodieken leidend zijn en het leerproces daar omheen wordt georganiseerd.

Onderwijs dreigt dan te verschralen tot het uitvoeren van een recept, terwijl het echte werk juist dáárvoor en daartussen gebeurt.

Goed en passend onderwijs betekent niet dat ieder kind op zijn of haar wenken wordt bediend. Het betekent dat we de combinatie van individuele onderwijsbehoeften en het totale proces van kennisverwerving blijven monitoren.

  • Waar staat dit kind?
  • Wat weet het al?
  • Wat begrijpt het nog niet?
  • Welke instructie, oefening, feedback of ondersteuning is nu nodig?

Dat vraagt om onderwijsvakmanschap.

Een leerkracht hoeft niet alles te weten, maar moet wel begrijpen wat er gebeurt in het proces van kennisverwerving.

Het verschil tussen

  • iets reproduceren en het werkelijk beheersen.
  • herkennen of begrijpen.
  • een trucje uitvoeren of een concept doorzien.
  • een antwoord geven of zelfstandig kunnen redeneren.

Methodes, leerlijnen, toetsen en materialen zijn waardevolle hulpmiddelen.

Maar ze zíjn geen onderwijs.

En dan gedrag. In scholen hebben we dagelijks te maken met gedrag dat impact heeft op de leeromgeving, de effectieve leertijd en de leerresultaten. We investeren daarom veel in het beheersen van gedrag, zowel op individueel als op groepsniveau. Een veilige en ordelijke leeromgeving is immers een voorwaarde om te kunnen leren.

Maar er is ook nog een andere ingang. Onderwijs.

Veel gedragsinterventies hebben uiteindelijk tot doel dat het schoolsysteem weer kan doorgaan. Maar afhaken, verstoren, kletsen, vermijden of weerstand kunnen óók signalen zijn dat het leerproces onvoldoende aansluit.

In bepaalde gevallen kunnen we ongewenst gedrag daarom beïnvloeden door niet nóg een gedragsinterventie toe te voegen, maar door opnieuw goed te kijken naar de kwaliteit van ons onderwijs.

  • Niet alleen de vraag: “Hoe krijgen we dit kind zover dat het zich gedraagt?”
  • Maar ook: “Hoe ontwerpen we onderwijs waarvan leren voor zoveel mogelijk kinderen het logische gevolg wordt?”

Een nieuw schooljaar biedt nieuwe kansen voor onderwijs.

Zie het als een uitdaging om ze te benutten.

Ik wens alle collega’s en leerlingen een mooi en goed onderwijsjaar toe.

Over de schrijver
Geboren in 1973. Getrouwd met Colinda. Vader van vijf kinderen. Woonplaats Gouda. Christen. Begeleider en docent bij Kei in de klas. Hobby’s: muziek maken, het verzamelen van stenen en fossielen, outdoor-activiteiten met kinderen en tieners.
Reactie plaatsen