- Aansluiten
- Meebewegen
- Richting geven
Tijdens je rijexamen zou je voor deze manoeuvre direct zakken.
In het onderwijs is het juist een bruikbare aanpak als de spanning bij een leerling oploopt en je hem of haar graag wilt helpen om weer mee te kunnen doen.
Een leerling raakt overprikkeld door stress, een incident of door de dynamiek van de dag. De spanning loopt op, het gedrag wordt onrustig en de constructieve zelfsturing neemt af.
De automatische reactie is dan vaak: begrenzen, corrigeren of sturen. Niet zelden leidt deze aanpak tot verdere escalatie. Dit voorkom je (meestal) als je samen met de leerling deze drie stappen neemt:
- Aansluiten: Contact maken en laten merken: ik zie je, hoor je en je bent veilig. Vanuit kennis over het kind kun je wellicht ook de behoefte van dat moment duiden. “Ik kan me voorstellen dat je het vervelend vond wat er net tegen je gezegd werd.”
- Meebewegen: Beweeg mee in de spanning van het kind zonder te overvragen. Verhoog niet de druk door dingen te eisen of te verwachten die het kind op dat moment niet kan waarmaken. Geef ruimte & tijd om te ontprikkelen.
- Richting geven: Als het zenuwstelsel is gekalmeerd, ontstaat er in het brein weer ruimte voor zelfsturing. Dit is het moment om met kleine en haalbare stappen te sturen naar een werkbaar vervolg.
Hoe fijn en veilig is het voor kinderen als er een meester of juf voor de klas staat die het zó aanpakt als ze zelf niet meer weten wat ze het beste kunnen doen!
Op bepaalde momenten kun je als leerkracht zelf ook het gevoel krijgen dat je grip verliest. Je hartslag stijgt, je ademhaling gaat ‘omhoog’, je raakt gefrustreerd en je merkt dat je zelfsturing minder wordt.
Je bent verantwoordelijk voor de klas, dus je zult iets moeten doen terwijl je groep op de achtergrond aanwezig blijft. Ook nu zijn dezelfde drie stappen helpend:
- Aansluiten bij jezelf: Erken je eigen spanning, zónder schuldgevoel. Adem een aantal keren diep uit naar je buik. Door je eigen grens te erkennen, voorkom je dat je reactief gaat handelen.
- Meebewegen met de situatie: Durf even de planning los te laten. Kondig een 'adempauze' aan voor de hele groep (bijvoorbeeld een kort tekenmoment). Dit geeft je de kans om je zenuwstelsel tot rust te brengen.
- Richting geven aan je eigen handelen: Als de rust bij jezelf wat is teruggekeerd, vervolg je het programma. Bepaal wat nú de meest helpende stap voor de groep én voor jezelf is om de dag constructief te vervolgen.
Als we willen dat leerlingen weer tot constructieve zelfsturing komen, moeten we ervoor zorgen dat we zelf in de 'stuurhut' blijven zitten. Dan kun je de veilige haven zijn die een overprikkeld kind zo hard nodig heeft.
𝘍𝘰𝘵𝘰: 𝘠𝘶𝘬𝘰𝘯 𝘏𝘢𝘶𝘨𝘩𝘵𝘰𝘯 / 𝘜𝘯𝘴𝘱𝘭𝘢𝘴𝘩






